Schipper vaart op geheugen
Ergens midden op het Pikmeer zijn we de weg kwijt. Althans, wij. De schipper niet. Hij kijkt niet op een kaart; die heeft hij niet nodig. Hij kijkt om zich heen, stuurt naar bakboord, even later naar stuurboord. Met jarenlange ervaring loodst hij de boot door een waterlandschap dat voor ons een labyrint is.
Eerder vandaag stapten we in Grou aan boord bij vrienden die we jaren geleden ontmoetten in Stavoren. Tijdens onze avondwandelingen over de dijk kwamen we elkaar geregeld tegen. Al snel ontstond een band die we elk jaar verstevigen.
Natuurlijk grijpen we de mogelijkheid om een vaartocht te maken met beide handen aan. Varen in Friesland. Daar krijgen we nooit genoeg van. Hoewel we onze NOMAS al enkele jaren geleden hebben verkocht, blijft het water trekken. Dus als we de vraag krijgen of we het leuk vinden om een dagje te varen, is er maar één antwoord: “Ja!”.

Voordat we de trossen losgooien, kijken we nog even uit over Grou. Boven de daken van het Friese dorp steekt de Sint-Piterkerk uit; het koor en het schip dateren uit de twaalfde eeuw, de toren kwam er pas eeuwen later bij. Grou noemt zich de bakermat van het skûtsjesilen. Bij de kade ligt het Grouster skûtsje te wachten op wind, die er vandaag niet is.
Wand van staal
Nog maar net buiten het dorp houdt de bebouwing op en varen we tussen het groen. Dan klinkt achter ons een zwaar dreunend geluid. Eerst is er niets te zien. Even later verschijnt de boeg van een binnenschip. We kijken tegen een stalen wand aan en voelen ons nietig.
In dit gebied hadden we geen beroepsvaart verwacht, zeker niet van dit formaat. De schipper legt uit dat er nog veel veevoer wordt vervoerd naar Drachten. Ook met duwbakken.
Een kwartier later nadert er zo’n duwbak. Ineens lijkt het vaarwater smaller geworden. Is er voldoende ruimte voor onze boot? De schipper stuurt de kotter dichter naar de wal en legt de boot bijna stil. Vanuit de hoge stuurhut kijkt de bemanning van de duwboot achterom. Ze steken een hand op. Wij zwaaien terug. Zodra de stalen wand voorbij is, maken we weer vaart.
Sloot nauwelijks breder dan de boot
Daarna is er alleen nog riet, aan beide kanten, zo dicht dat de oevers zelf vrijwel onzichtbaar worden. Eerst varen we nog over open water, dan draaien we een sloot in die nauwelijks breder is dan onze kotter.

Als ons een zeiljacht tegemoetkomt, vragen we ons af of beide boten elkaar hier in dit smalle vaarwater wel kunnen passeren. Onze schipper blijft kalm, neemt wat gas terug en stuurt de boot naar het riet. Met niet meer dan een handbreedte tussenruimte schuiven de boten langs elkaar.
Zijn wij de enigen die het spannend vinden? Blijkbaar, want de schipper wordt er niet warm of koud van. Die geeft weer wat gas en we glijden door het rimpelloze water. Hier hoor je alleen de zacht brommende motor. Een fuut vliegt verschrikt op. Het riet beweegt nauwelijks.
Water zonder geheimen
Bij uitkijktoren Romsicht mindert de schipper vaart, zodat we het bouwwerk kunnen bewonderen. De toren, dertien meter hoog, staat op de fundamenten van een boerderij die in 1929 werd gebouwd en in 1967 werd gesloopt. Van het huis zelf rest niets, behalve de plek waarop het stond.
Daarna volgen de namen: Pikmeer, Wide Ee, Goëngahuistersloot, Modderige Bol, Hooidamsloot, Kruisdobbe, Fokkesloot. Onze schipper somt ze op alsof hij een boodschappenlijst leest. Onthouden lukt ons niet. Zelfs met een waterkaart of elektronische navigatie zouden we hier nog verdwalen.
Hoe weet hij dat allemaal, vragen we met bewondering in onze stem. De schipper haalt zijn schouders op. Hij vaart hier al zijn leven lang. Voor hem kent dit gebied geen geheimen meer. Dat blijkt voldoende uitleg.
Sporen van vervening
De Alde Feanen in Friesland is een laagveengebied van meren, petgaten, vaarten en graslanden, grotendeels gevormd door de vervening. Waar veen werd afgegraven, ontstonden petgaten. Daartussen liggen de legakkers, de stroken grond waarop het afgegraven veen te drogen werd gelegd voordat het in blokken werd gesneden en als turf werd afgevoerd. De rechte petgaten, met de smalle stroken land ertussen, liggen er nog steeds. De turfstekers zijn verdwenen.

Vanaf het water zien we vooral riet. Soms opent het landschap zich tot een brede plas, waarboven een roofvogel cirkelt, stil hangend tot hij plotseling op een prooi duikt. Verderop verdwijnt iets in het riet, een rimpeling die net zo snel weer glad wordt gestreken als hij ontstond, misschien een otter. We zien hem niet. Dat past bij een landschap vol geheimen.
Nestgaten in de Zwaluwhaven
Bij de Neare Saiter valt het gesprek aan boord even stil. Tussen het riet verschijnt een halfronde stenen wand, 32 meter breed, precies de spanwijdte van een Lancaster-bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog. In de muur zijn 251 nestgaten aangebracht. Ze staan symbool voor de 251 vliegtuigen die in de nacht van 4 op 5 september 1942 vanuit Engeland naar Bremen vlogen.
Twaalf toestellen keerden niet terug; een daarvan was Lancaster R5682, die op 5 september neerstortte bij de voormalige vuilstortplaats Ald Dwinger. Pas in 2017 werd het wrak geborgen.

Twaalf nestgaten zijn dichtgemetseld. Er zitten metalen capsules in met boodschappen van nabestaanden, gegoten uit onderdelen van het geborgen vliegtuig: geheugen, letterlijk in metaal gegoten en ingemetseld in een muur. De overige gaten zijn voor oeverzwaluwen, die hier komend voorjaar weer zullen nestelen.
Langzaam varen we langs de muur. Een monument midden in de natuur dat tot nadenken en bezinning stemt. Nu vliegen er geen zwaluwen. Het is stil. Alleen het geluid van de motor dat echoot tegen de stenen.
Jarenlange ervaring
Aan het einde van de middag stuurt onze schipper de kotter naar een steiger van de Marrekrite. Tientallen van zulke aanlegplaatsen liggen verspreid door de Alde Feanen en de meren en sloten in Friesland.
De motor valt stil. Het water klotst tegen de palen van de steiger. In het riet roept een vogel. Verder is er niets. In het gangboord staan we klaar met een landvast. Dit gebied kennen we niet, maar onze jarenlange zeilervaring komt wel van pas bij het aanleggen van de boot.

Vanmorgen stapten we aan boord bij een kade in een van de bekendste watersportdorpen van Friesland. Daar de weg vinden is nauwelijks een probleem. Even later lieten we de huizen achter ons en verdween ook de zekerheid dat wij wisten waar we waren.
Onze schipper wist het wel, de hele tijd. Op de terugweg vragen we niet meer welke kant we op moeten. De man aan het roer vaart, zoals hij dat al decennia doet, op een kaart die in zijn geheugen gegrift staat.
Feiten en cijfers

- Gebied. Nationaal Park De Alde Feanen, ruim 4.000 hectare laagveenmoeras, sinds 2006 het twintigste nationale park van Nederland.
- Route: Grou, via Pikmeer en Wide Ee naar de Alde Feanen, met een steiger van de Marrekrite bij de Neare Saiter als eindpunt.
- Boot: Gillissen-kotter
- Sint-Piterkerk, Grou. Koor en schip uit de twaalfde eeuw
- Uitkijktoren Romsicht. Dertien meter hoog, staat op de fundamenten van een boerderij (gebouwd 1929, gesloopt 1967)
- Zwaluwhaven. Stenen wand van 32 meter, de spanwijdte van een Lancaster-bommenwerper, met 251 nestgaten voor de 251 vliegtuigen die in de nacht van 4 op 5 september 1942 vanuit Engeland naar Bremen vertrokken. Twaalf keerden niet terug; het wrak van een van hen, Lancaster R5682, werd in 2017 geborgen bij Ald Dwinger.
Opmerking: de officiële Nederlandse schrijfwijze is Grouw. In dit artikel hebben we Grou, de Friese naam, gebruikt.
Met dank aan Jannie en Pieter de Jong voor een vaartocht waar we met veel genoegen aan terugdenken.


Geef een reactie