In de voetsporen van de Feniciërs
Eén beweging, één spiraal. Het deeg valt in het hete vet. In enkele seconden kleurt de korst goudgeel. Bij Churrería Ana gebeurt dat al decennialang. Of we een foto mogen maken. Dat mag. De man wijst beduidt hoe we de mooiste plaatjes kunnen maken. Hij is trots op zijn werk. Met een beweging die jarenlange ervaring verraadt, haalt hij de sliert churros uit het vet en knipt hij die in stukken. Of we er ook suiker op willen. Natuurlijk willen we dat.
Als we halverwege de ochtend uit de taxi stappen, staat de thermometer in Cádiz al op dertig graden. Herinneringen komen boven. Twintig jaar geleden liepen we hier ook. Toen kwamen we midden in de nacht met ons zeiljacht aan na een poging Tanger in Marokko te bereiken tegen wind en stroom in.
Later zijn we hier nog een paar keer geweest, maar we hebben het gevoel dat we de stad nog niet echt hebben leren kennen.

Op het plein voor de Mercado Municipal eten we onze churros, terwijl de geur van hete olie langzaam plaatsmaakt voor de zilte lucht van verse vis. Op de terrasjes klinkt geroezemoes, op de tafels staan cortados, een serveerster brengt tostadas.
Vissen met de almadraba
In de markthal is het koel. Op de marmeren tafels van de stallen liggen tonijnen op ijs. Sommige dieprood, de atún rojo op ijs. Al eeuwenlang vangen vissers tonijnen met de almadraba, een stelsel van vaste netten die met ankers aan de zeebodem worden vastgemaakt.
In Barbate, een kustplaats noordelijk van Cádiz zagen we ooit velden vol met roestige ankers. Pas later ontdekten we dat die worden gebruikt door de tonijnvissers.
De techniek van de almadraba gaat terug tot de tijd van de Feniciërs. Rond 1100 voor Christus stichtten zij de stad Gadir. Wie nu op de Mercado Municipal vis koopt, doet dat op de plek waar dat al eeuwenlang gebeurt. Cádiz staat te boek als een van de oudste steden van West-Europa.
“Hola señor”, fotograferen verboden

Langzaam lopen we langs de uitgestalde vis en de schaal- en schelpdieren waarvan we de Spaanse namen niet kunnen thuisbrengen. Verkopers prijzen hun koopwaar aan. Hun klanten lopen met papieren bekertjes gevuld met verse camarones langs de stallen. De flinterdunne garnaaltjes gelden hier als tussendoortje. We kijken onze ogen uit en maken foto’s.
Dat is niet de bedoeling, beduidt een van de marktkooplieden. “Hola, señor”, klinkt het boven het geroezemoes uit en hij wijst op een stuk papier: fotograferen verboden, staat er in het Spaans. Dat zagen we niet. De churros-bakker deed zijn best om ons een fotografische herinnering te bezorgen; op de markt mag het niet.
In Cádiz liggen de smalle straten van het historische centrum in een strak raster. Hoge gevels houden de zon weg terwijl de zeebries vanaf de Atlantische Oceaan voor verkoeling zorgt. Het doet ons denken aan de souks van Marokko, aan de overkant van de Straat van Gibraltar: kleine ambachtelijke winkeltjes, schaduwrijke binnenpleinen en het geroezemoes van bewoners en bezoekers.
Cádiz moet je beleven
Op het plein voor de Catedral de Cádiz kunnen we nog net een plekje op een van de terrasjes bemachtigen. Terwijl we aan onze cortado (een espresso met een scheutje melk) nippen, kijken we naar de gouden koepel van de kathedraal die scherp afsteekt tegen de helblauwe lucht en schittert in de felle zon.

Gele keramische tegels bekleden de koepel van het bouwwerk, waarvan de bouw 116 jaar duurde, van 1722 tot 1838, zodat de kathedraal barok, rococo en neoclassicisme tegelijk draagt.
Vlak bij het plein ligt het Teatro Romano uit de eerste eeuw voor Christus, in 1980 bij toeval herontdekt. Het is het oudste bewaarde Romeinse theater van het Iberisch schiereiland en, met een doorsnede van ruim 120 meter, het op een na grootste.
In de schaduw van de gevels langs de straatjes en steegjes dwalen we door de stad. Hier moet je kijken, luisteren en ruiken. Cádiz is geen stad die je bezoekt; je moet haar beleven.
Ziltige schaaldieren en hartig vlees
In een smalle straat die uitkomt bij een zijdeur van de kathedraal bemachtigen we nog net een plekje op het schaduwrijke terras. Al snel komen de papas aliñás op tafel: koude gekookte aardappelen met olijfolie, knoflook en peterselie. Dan volgen de tortillitas de camarones, gebakken met dezelfde garnaaltjes die we op de markt zagen.
Knapperig aan de rand, zacht in het midden. Onder het korstje van de croquetas de chocos zit een romige vulling van kleine inktvisjes. Als afsluiting krijgen we gamba’s, verpakt in knapperig spek. Een smakelijke combinatie van ziltige schaaldieren en hartig vlees.
Opeens zwaaien de zware houten deuren van de kathedraal open. Onder luid applaus en uitbundig gejuich van de buiten verzamelde bruiloftsgasten komt het bruidspaar naar buiten. De bruid gooit haar boeket in het publiek. Het paar stapt in een klassieke auto en rijdt weg. De gasten lopen naar de plek waar het feest ongetwijfeld nog lang zal duren.
Paseo Fernando Quiñones
Aan de kade voel je dat Cádiz op een smal schiereiland ligt dat ver de Atlantische Oceaan in steekt. Ondanks de lichte zeewind is het in de felle zon te heet voor een wandeling langs de promenade. Bij La Caleta, het strand, kijken we naar het Castillo de San Sebastián, op een eilandje dat met een dam is verbonden met het vaste land. Iets verder ligt het Castillo de Santa Catalina.

Het eilandje van San Sebastián is al eeuwen een plek om te schuilen en te waken. In 1457 bouwde de bemanning van een Venetiaans schip er een kapel, nadat de zeelieden er aan land mochten om te herstellen van de pest. In 1613 volgde een wachttoren. Het huidige kasteel dateert van 1706 en moest de stad verdedigen.
De Paseo Fernando Quiñones, de weg naar het kasteel, was twintig jaar geleden een ruwe dijk van opgestapelde natuurstenen. Nu liggen er kolossale betonblokken tegen de golven.
De zon weerkaatst zo fel op de stenen dat we vandaag een wandeling te zwaar vinden. De dam bewaren we voor een volgende keer. Die zal er ongetwijfeld komen.
Op naar Jerez de la Frontera

Als we terugwandelen naar de plek waar de taxi ons zal ophalen, ontdekken we in de Barrio de la Viã, de oude visserswijk, naast de deur van een tableau een aanplakbiljet waarop een flamencoshow wordt aangekondigd.
Het doet ons denken aan het indrukwekkende optreden in Madrid en later in Córdoba. Cádiz geldt, samen met het nabije Jerez de la Frontera, als een van de bakermatten van de Andalusische zang en dans.
Terwijl we wachten op ons vervoer terug naar de camper, laten we de indrukken van de dag diep op ons inwerken. Vandaag was anders; we hebben Cádiz leren kennen als een stad waar je niet uitgekeken raakt.
Gisteren was het nog niet zo, maar vandaag staat de stad in ons lijstje favorieten. Bij Churrería Ana draait het deeg nog steeds in het vet. Dat alleen al is een reden om terug te komen. Nu eerst naar de sherry van Jerez de la Frontera.
Cádiz in feiten en cijfers
Oorsprong. Gesticht rond 1104 voor Christus door de Feniciërs als Gadir, een van de oudste steden van West-Europa.
Ligging. Op een smal schiereiland aan de Costa de la Luz in Andalusië, omgeven door de Atlantische Oceaan.
Inwoners. Ruim 110.000, de Gaditanos.
Brug naar het vasteland. De Puente de la Constitución de 1812, bekend als La Pepa, geopend in 2015. Ruim drie kilometer over de baai, ongeveer vijf kilometer inclusief viaducten en toegangswegen.
Kathedraal. De Catedral de Cádiz is gebouwd tussen 1722 en 1838 en combineert barok, rococo en neoclassicisme.
Forten. Aan weerszijden van het strand La Caleta liggen het Castillo de Santa Catalina (begonnen in 1598, voltooid in 1621) en het Castillo de San Sebastián (huidige kasteel uit 1706).
Romeins theater. Het Teatro Romano stamt uit de eerste eeuw voor Christus en is in 1980 herontdekt. Het is het oudste bewaarde Romeinse theater van het Iberisch schiereiland en het op één na grootste, met een doorsnede van ruim 120 meter.


Geef een reactie