Abdijkerk in Cluny, Frankrijk.

Cluny, kijken naar wat er was

ooit de grootste abdijkerk in de christelijke wereld

Tien procent. Dat is er over van wat ooit de grootste kerk ter wereld was. We staan in Cluny tussen de romaanse zuilen van de derde en laatste abdijkerk en proberen ons voor te stellen wat er al meer dan twee eeuwen ontbreekt. 

“Eigenlijk kijken we dus vooral naar iets wat er niet meer is”, zeggen we tegen elkaar”. Het is een vreemde gewaarwording. Staan voor een gebouw dat je niet kunt zien.

Maar dat moment is nog ver weg als we de auto neerzetten op het parkeerterrein net buiten het centrum. Drie euro, en je staat op loopafstand van het historisch centrum. Halverwege de eerste straat ontdekken we bij toeval een systeem van koperen schildjes in de stoeptegels. 

Geen plattegrond of telefoon nodig. Gewoon volgen wat iemand ooit met zorg in het plaveisel heeft ingelegd. We raken zo gefocust op de schildjes onder onze voeten dat we bijna vergeten om ons heen te kijken.

Wijn en mosterd

Door de smalle straten lopen we langs winkels met wijn en streekproducten – de soort die je niet in elke stad tegenkomt. Kratten Bourgogne tot op straat, potten mosterd naar voren geschoven in de etalage. 

Al van verre horen we het geroezemoes van de terrasjes. Graag hadden we ergens koffie gedronken, maar zelfs op deze maandagochtend is geen stoel onbezet.

Overal zien we restanten van de abdijkerk.
Restanten van wat ooit de grootste abdijkerk van de christelijke wereld was.

Zo nu en dan verliezen we het spoor. Soms houden de schildjes ineens op en geeft de stoep geen aanwijzing meer. We lopen terug tot we ze weer vinden, en volgen ze opnieuw. 

Zo komen we uiteindelijk uit bij de abdij. Even aarzelen we. Gaan we naar binnen of bekijken we het indrukwekkende complex alleen van de buitenkant. Na enig wikken en wegen kiezen we voor het laatste. Onze tijd is beperkt en we willen nog meer van de stad zien.

We lopen om het complex heen en kijken omhoog naar het resterende dwarsschip – het transept – en de twee torens, de Tour de l’Eau-Bénite en de Tour de l’Horloge, die boven de daken uitsteken. 

De Uurwerktoren en de Wijwatertoren, als we het vrij vertalen. Waarom precies déze toren zijn naam dankt aan wijwater, hebben we niet kunnen achterhalen – ook niet na enig speurwerk thuis.

Machtscentrum van Europa

In 910 schonk Willem I van Aquitanië zijn Karolingische villa in de Grosne-vallei voor de stichting van een abdij. Met die beslissing bepaalde hij de toekomst ervan: hij plaatste haar rechtstreeks onder het gezag van de paus, buiten het bereik van lokale bisschoppen en wereldlijke heersers. Wat volgde, overtrof alles wat het middeleeuwse Europa tot dan toe aan kloosterleven had gekend.

Op haar hoogtepunt stond de abdij van Cluny aan het hoofd van meer dan 1.400 kloosters en priorijen, met ruim 10.000 monniken verspreid over heel Europa. De pausen Urbanus II en Gregorius VII werden beiden gevormd in Cluny.

Abdijkerk in Cluny.
De laatste abdijkerk, Cluny III, werd ingewijd in 1130, was 187 meter lang en telde vijf beuken

De gregoriaanse gezangen die er werden gezongen, verspreidden zich van hieruit over het Europese continent. En alsof dat nog niet genoeg was: in 981 kwamen de relikwieën van de apostelen Petrus en Paulus uit Rome naar Cluny – en daarmee kwamen ook de pelgrims uit heel Europa.

En dan werd er gebouwd. Steeds groter. Drie abdijkerken op dezelfde plek, de volgende imposanter dan de vorige. Cluny III, ingewijd in 1130, was 187 meter lang en telde vijf beuken. Geen kerk in de christelijke wereld was groter, tot de Sint-Pietersbasiliek in Rome de toppositie eeuwen later overnam.

Negentig procent weg

We lopen langs de blootgelegde fundamenten van de allereerste abdijkerk – Cluny I, uit de vroege tiende eeuw – en kijken naar de vloerplaat die de exacte positie van het hoofdaltaar markeert. Onder onze voeten ligt een tijdlijn van duizend jaar bouwen, uitbreiden en afbreken.

Want afbreken is wat er uiteindelijk gebeurde. Tijdens de Franse Revolutie werd de abdijkerk steen voor steen gesloopt. Negentig procent weg. Wat er staat, is niet meer dan de de restanten van een restant. Toch is de schaal ervan nog altijd imposant genoeg om ons – met een beetje voorstellingsvermogen – klein te laten voelen.

Hedendaagse technieken

Volgens de informatie van het plaatselijke toeristenbureau kunnen bezoekers van de abdij gebruik maken van augmented reality-zuilen op het terrein en interactieve 3D-reconstructies in het museum. Via je telefoon verschijnt het volledige complex over de lege ruimte heen.

Op het scherm in het museum doet een 3D-reconstructie hetzelfde op grotere schaal. Zo helpt de technologie om te vatten wat de verbeelding alleen niet kan – die immense kerk die de leegte opvult en de stilte eromheen groter maakt.

Oog voor detail in Cluny
Wie oog heeft voor detail, ontdekt tal van bijzondere plekjes.

Die beschrijving maakt ons nieuwsgierig, maar we kunnen vandaag helaas door tijdgebrek niet zelf ervaren hoe het werkt en wat voor beeld het oproept.

Na een wandeling door het oude gedeelte van Cluny, moeten we ons bezoek beëindigen, want we moeten verder. Wie meer tijd heeft, kan ook de Tour des Fromages beklimmen – volgens de VVV-folder biedt de toren na een flinke klim een wijds uitzicht over de stad en het omliggende landschap. 

Cluny blijft afstandelijk

Het Palais Gélase, La Maison des Dragons aan de Rue de la Barre, het Haras National – het nationale paardencentrum uit de negentiende eeuw net buiten het centrum – en het Musée d’Art et d’Archéologie laten we voor wie Cluny uitgebreider wil verkennen. Zelf komen we er vandaag niet aan toe en morgen wacht een andere bestemming.

Restanten van de adbijkerk in Cluny.
Negentig procent van de abdijkerk in Cluny is tijdens de Franse Revolutie gesloopt.

We lopen terug naar de auto en volgen de koperen schildjes in omgekeerde volgorde. Cluny verdient een bezoek als je in de buurt bent – de historische gelaagdheid is er dik genoeg om een hele dag op te teren. 

Maar sfeervol in de zin van warm en uitnodigend – dat is het niet, vinden wij. De stad houdt je op een vriendelijke afstand, alsof ze gewend is aan mensen die komen kijken naar iets wat er niet meer is, en dan weer doorrijden. Morgen fietsen we naar Saint-Gengoux-le-National. Benieuwd of dat anders voelt.

Praktische informatie

  • Parkeren: parkeerterrein net buiten het historisch centrum, 3 euro
  • Abdij van Cluny: entree 11 euro
  • Meer informatie: cluny-abbaye.fr

Gepubliceerd in:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *