Vrijheid en verwondering
Dennenbossen, jonge aanplant en vlakten waar de heide zich opmaakt voor de late zomer. Nu nog is de vegetatie diepgroen en donkerbruin. Over een paar weken hangt hier een paarse gloed. We rijden met een eigentijdse e-bike over eindeloze fietspaden tussen Heerde en Epe en doen bijzondere ontdekkingen.
Fietsen over de Renderklippen, een weldadige, haast grenzeloze vrijheid. De Veluwe ligt erbij alsof het nooit anders is geweest. Dennenbossen die naar hars ruiken, zandpaden die tot stof zijn verworden.
Hommels die je met hun eentonige gebrom bijna in slaap sussen, een roofvogel die onbewogen in de lucht hangt, het verre geroffel van een specht. Na weken van vrijwel onafgebroken zonneschijn hangt er een hardnekkige droogte in de lucht; de geur van vochtige bosgrond na een regenbui ontbreekt.

Maar schijn bedriegt, zoals wel vaker in dit land. Neem nou die borden langs het fietspad. Kuddebewakingshonden. Nog nooit van gehoord, maar ze beschermen de schaapskudden die hier over de hei trekken, want de wolf is terug. Je ziet hem niet; hij houdt zich koest in het groen, maar zijn schaduw hangt tussen de bomen. Dat maakt de natuur ineens minder braaf dan we in al onze naïviteit graag geloven.
Voor ons is de wolf niet meer dan een schim uit een ver verleden, toen we nog in sprookjes geloofden. Maar hij is teruggekeerd op de Veluwe. En niet van plan te vertrekken. Meer dan een halve eeuw geleden waren we hier ook. Toen was de wolf nog ver weg. Nu bedreigt hij de schaapskudde die in de verte over de heidevelden trekt.
Schaduw in het landschap
Spanning hangt vanaf nu tussen de bossen en over de heidevelden. Die dwingende aanwezigheid van gevaar roept onvermijdelijk de gedachte op aan een ander, veel menselijker drama dat we enkele dagen eerder tegenkwamen in de Soerelse bossen bij Vierhouten: het Verscholen Dorp.
Waar de heide voor ons een gevoel van licht, lucht en ruimte oproept, ademde die historische plek juist angst en vrees. We kunnen ons niet voorstellen hoe mensen daar tussen februari 1943 en oktober 1944 onder de grond moesten zien te overleven.

Ik ben even in zo’n nagebouwde hut gekropen, half onder de plaggen. Het was er donker, koud, vochtig. Een benauwende druk greep me binnen drie seconden bij de keel. Tachtig tot honderd mensen zaten hier ondergedoken tijdens de oorlog. Joden, piloten, verzetsmensen.
Je moest er doodstil zijn, ademhalen in de modus van een fluistering, totdat het op die najaarsdag in 1944 misging door twee jagende SS’ers. Een massale vlucht volgde, onder een regen van kogels en granaten. Acht mensen dood, onder wie de zesjarige Jonny Meijers.
Stilte en stuifduinen
Maar de Veluwe trekt zich van al die treurnis weinig aan. Na die omweg door de donkere kant van de twintigste eeuw brengt het fietsen ons weer terug naar dit bijzondere landschap. De Renderklippen, die glooiende stuwwallen met hoogteverschillen tot dertig meter, werden ongeveer 160.000 jaar geleden opgestuwd door een stel lompe gletsjers.

Oorspronkelijk was dit gebied overdekt met dichte oerbossen. Toen grepen mensen in. Tussen 400 en 1000 na Christus kappen ze bomen en laten ze schapen en runderen (‘renderen’) grazen op de arme grond. Herhaaldelijk afsteken van plaggen hield de bodem schraal. Zo ontstond het uitgestrekte heidelandschap dat wij nu koesteren. Zonder de schaapskudde die we vanmorgen zagen, zou de boel weer dichtgroeien.
Schaapskooi zonder schapen
Aan de rand van de klippen, nabij de Elburgerweg in Heerde, ligt de houten schaapskooi die sinds 1956 een thuis biedt aan een kudde van zo’n honderdvijftig Veluwse heideschapen. Elke dag trekken ze over de vlakte om het landschap open te houden, begeleid door de herder en bewaakt door honden. Als we er zijn, is de schaapskooi leeg; de dieren zwerven ergens op de hei.

Terug naar Emst over de fietspaden die altijd net te smal zijn als ons een elektrische bakfiets tegemoetkomt. Dat is het dubbele van onderweg zijn in Nederland: aan de ene kant de onvoorwaardelijke vrijheid van een frisse wind over de heide en de zon op het zand. Aan de andere kant een landschap met een dik archief waarin angst en schoonheid gebroederlijk naast elkaar liggen.
Het drama van het Verscholen Dorp en de stille waakzaamheid rond de terugkerende wolf, het zonlicht op de stuifzandruggen en de weidsheid van de Veluwse heidevelden. Dit is de kern van onderweg zijn: het landschap is nooit zomaar een decor, maar een eeuwenoud archief waarin angst en schoonheid naast elkaar bestaan.


Geef een reactie