Fluisterboot in Giethoorn

Langzaam varen in Giethoorn

Hier bepaalt het water het tempo

Bijna geruisloos komt de sloep in beweging. De eerste meters vragen nog concentratie, daarna gaat het vanzelf. De boot reageert traag, neemt de tijd voor iedere koerswijziging. Dat past bij deze omgeving. In Giethoorn bepaalt het water het tempo.

Tientallen jaren geleden waren we hier ook. Toch voelt het alsof we Giethoorn voor het eerst zien. Misschien omdat we inmiddels in Spanje wonen. Of komt het doordat reizen op latere leeftijd minder draait om het afvinken van bestemmingen en meer om aandachtig kijken, intensiever beleven, zorgvuldig luisteren?

Rietgedekte boerderijen, strakke gazons en volop bloemen in Giethoorn.
Rietgedekte boerderijen, strakke gazons en volop bloemen.

Onderweg zeiden we al tegen elkaar: “Wat ziet alles er in Nederland toch verzorgd uit.” Dat geldt zeker voor Giethoorn. Langs de waterkant staan rietgedekte boerderijen op smalle kavels, hun gazons kaarsrecht uitgelijnd tot aan de kade. Alsof iemand het landschap met een fijn penseel heeft bijgewerkt. We vermoeden dat menig robotmaaier hier overuren draait.

Toch is dit tafereel allesbehalve vanzelf ontstaan. Giethoorn kent een geschiedenis van turfwinning. Eeuwenlang hebben bewoners hier het veen afgegraven. Ondiepe lassen, smalle vaarten en rechte sloten ontstonden. 

Wat ooit noodzaak was om te overleven en goederen te vervoeren, bepaalt vandaag het karakter van het dorp. Waar in het verleden de arbeiders zwoegden, is nu een decor waar bezoekers doorheen varen.

Bruggen, bootjes en geduld

Als na een kwartiertje varen de dorpsgracht smaller wordt, neemt de drukte toe. Tussen de bruggen en de met bloemen omrande gazonnen varen tientallen fluisterboten. Om ons heen horen we gesprekken in allerlei talen. Giethoorn is allang niet meer een verstild Overijssels dorp; het is een toeristische magneet die bezoekers uit de hele wereld aantrekt.

Soms lijkt het alsof we op de kermis in de botsautootjes zitten.
Soms lijkt het alsof we op de kermis in de botsautootjes zitten.

Bij de lage houten boogbruggen ontstaan voortdurend opstoppingen. Niet iedere recreatieschipper heeft gevoel voor de traag reagerende sloepen. Bootjes schuiven langs elkaar; brede rubberen stootranden doen hun werk. Af en toe klinkt een doffe dreun wanneer twee boten elkaar raken.

Voor ons probeert een meisje haar boot onder een brug door te sturen, maar ze schat de ruimte verkeerd in. Haar sloep raakt die van ons frontaal. “Het lijkt de kermis wel”, zeg ik. Ze kijkt me vragend aan. “Net als botsautootjes” voeg ik eraan toe. Nu verschijnt een voorzichtige glimlach. Dan vaart ze verder.

Even later passeren we café De Fanfare. Meteen komen de zwart-witbeelden van Bert Haanstra’s film uit 1958 weer naar boven. Het gebouw is nauwelijks veranderd; de wereld eromheen wel. 

Waar ooit het dorpsleven het dagelijkse ritme bepaalde, varen nu bezoekers uit alle windstreken. Giethoorn heeft zich aangepast aan een nieuwe tijd, zonder zijn gezicht te verliezen.

Lunch op het Bovenwijde

Bij de molen zonder wieken slaan we rechtsaf, precies zoals de medewerker van het verhuurbedrijf ons heeft uitgelegd. Langzaam laten we de drukte achter ons. Na een paar bochten opent het landschap zich en maakt de smalle dorpsvaart plaats voor het Bovenwijde.

Op de Bovenwijde smeren we onze broodjes en laten we ons meevoeren door de wind.
Op de Bovenwijde smeren we onze broodjes en laten we ons meevoeren door de wind.

Hier krijgt de wind vrij spel. Golfjes rimpelen het water en de wind duwt voorzichtig tegen de romp. Midden op het meer zetten we de elektromotor uit en laten we de sloep haar eigen weg zoeken.

Dan verandert het tempo van de dag. Geen gefluister van de motor, geen bruggen meer die aandacht vragen, geen andere boten die voorrang willen. Alleen het zachte deinen van de sloep. 

Terwijl de wind ons langzaam over het water voert, smeren we onze broodjes op de nog altijd licht wiebelende kuiptafel. Soms is niets doen de beste manier om de schoonheid van een landschap te beleven.

In de verte dobberen een paar andere boten. Sommige zijn volgeladen met gezinnen, andere met stellen die, net als wij, de motor hebben uitgezet. Iedereen lijkt zich vanzelf aan te passen aan het ritme van het water.

Riet neemt het over

Vanaf het Bovenwijde zoeken we de beschutting van de smalle vaarten die het natuurgebied van de Weerribben inlopen. Bijna kunnen we het riet aan beide kanten aanraken. De wijdsheid van het meer maakt plaats voor hoge rietkragen en dichte bossages. Dan wordt het stil; de wind valt weg. Dit is een andere wereld.

Ook hier staan we oog in oog met een cultuurlandschap. Dit is geen wildernis die toevallig is ontstaan; dit is het resultaat van eeuwenlang zwoegen. Wat ooit een moeras was waar arbeiders met gekromde ruggen vochten voor een karig bestaan, groeide uit tot een laagveenmoeras van internationale betekenis.

Ooit zwoegden hier de turfstekers; voeren er zwaarbeladen punters.
Ooit zwoegden hier de turfstekers; voeren er zwaarbeladen punters.

Door de smalle, verstilde watergangen waar wij nu doorheen glijden, voeren ooit de houten punters beladen met turf. Hier wordt duidelijk hoe merkwaardig de verhouding tussen mens en natuur is: toen zetten we het landschap naar onze hand, nu moeten we het beschermen tegen onszelf.

Af en toe passeert ons een andere fluisterboot. Hier geen opstoppingen, geen geroep, geen botsende sloepen. “Hi”, een korte groet, en daarna keert de stilte terug.

Bij een houten uitkijktoren leggen we aan. We klimmen naar boven, nieuwsgierig naar het uitzicht. Voor ons ligt een eindeloze horizon, vrij van windturbines of elektriciteitsmasten die het beeld verstoren. Rietvelden, watergangen en smalle stroken land vormen een groen patroon onder een diepblauwe hemel. Iedere lijn in dit water vertelt het verhaal van generaties die leefden met de elementen.

Niet praten, luisteren

In de beschutting van het riet horen we geen vreemde talen meer. Alleen het zachte klotsen van minieme golfjes tegen de romp. Onze motor fluistert, het riet ritselt. Soms klinkt de korte, scherpe roep van een onzichtbare vogel. Na de drukte van de dorpsgracht voelt deze rust onwerkelijk. Praten doe je hier niet; je luistert naar de stilte.

Onze motor fluistert, het riet ritselt, wij luisteren.
Onze motor fluistert, het riet ritselt, wij luisteren.

Maar de wetten van de voorgeschreven route zijn onverbiddelijk. Langzaam maakt de sereniteit van de Weerribben weer plaats voor de wereld van bruggen, terrassen en huurboten die we een paar uur geleden achter ons lieten.

Haast helpt hier niet

In de dorpsgracht varen we het brandpunt van de drukte weer in. Prompt komen we terecht in een kluwen van vaartuigen. Een boot ligt dwars, een andere probeert eromheen te wrikken. Van verschillende kanten klinken luide aanwijzingen. Ineens lijkt iedereen haast te hebben.

Na de rust van het meer varen we de drukte van de dorpsgracht in Giethoorn in..
Na de rust van het meer varen we de drukte van de dorpsgracht in.

Maar haast helpt hier niet. Onze sloep is geen wendbare sportboot die met een ruk aan het roer reageert. Deze boot heeft tijd nodig om een beweging te voltooien. Kalm en beheerst draaien we het roer om en de boot draait om haar as. 

Terwijl om ons heen schippers zoeken naar ruimte en stootranden elkaar aftasten, keren wij geruisloos om. Vooruit, achteruit, nog een keer. Feilloos. Iedereen is te druk met de eigen koers om het te zien. Jammer.

’t Is maar water

Giethoorn en de Weerribben lijken uitersten, maar ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze dwingen je om hun tempo te accepteren. Pas wanneer je daaraan toegeeft, zie je dat achter het rumoer en de stilte hetzelfde verhaal schuilgaat. Een landschap gemaakt door mensen.

"Hebben jullie een mooie tocht gemaakt?", "Ja, maar we zijn drijfnat."
“Hebben jullie een mooie tocht gemaakt?”, “Ja, maar we zijn drijfnat.”

Bij het verhuurbedrijf wacht dezelfde jongen die ons vanochtend hielp. “Hebben jullie een mooie tocht gemaakt?” vraagt hij. “Ja,” antwoorden we tegelijk, terwijl we de tassen op de kade tillen. “Maar we zijn wel drijfnat geworden. Waarom hebben jullie de kussens gisteravond niet binnengelegd? Die bui van vannacht was toch geen verrassing?”

Hij werpt een vluchtige blik op de boot en haalt zijn schouders op. “Hoefde niet van mijn baas.” Daar moeten we het mee doen.

Ach, het is maar water.

Gepubliceerd in:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *