een marskramer en een krijgsheer
Stoelen schuiven over de stenen. Koperblazers blazen zich warm. Hun eerste tonen klinken nog wat voorzichtig. De harmonie maakt zich op voor een concert. Naast de muzikanten nemen koorleden hun posities in. Dit is een zomerse zaterdagochtend in Vaassen.
Op de markt, aan de andere kant van het plein bij de Grote Kerk, lijkt niemand te wachten op muziek en zang. In zijn kraam legt de groenteman paprika’s recht, verderop staan fietsen in het gelid en boven de daken draaien de wieken van Daams’ Molen.

Maar we zijn niet gekomen voor de weekmarkt. Ook niet voor een concert. Na onze fietstochten over de Renderklippen, naar het Verscholen Dorp op de Soerelse heide en langs de schaapskooi bij Heerde willen we ontdekken hoe Vaassen ons kan verrassen. Jarenlang was het een plaats waar we langs reden, niet een plek waar we stopten.
Onvermoeibaar draaiende wieken
Die molen, die hadden we eerder gezien. Vandaag glijden de schaduwen van de molenwieken langzaam over de straat. Daams’ Molen beheerst het dorpsbeeld van Vaassen.
Beneden drinken mensen koffie op het terras van het restaurant, boven draaien de wieken, onvermoeibaar. Op het plein voor de molen blijf ik staan. Naast mij een standbeeld. Van iemand die ook naar de gestaag draaiende wieken kijkt. Fietsers rijden voorbij. Boodschappen verdwijnen in de kofferbak van een auto. Niemand kijkt. Ik wel. Sommige bewegingen vervelen nooit.
Willem van Tongeren, de kissieskeerl
Naast de Grote Kerk, een paar straten verder, staat ook een standbeeld. Van een man met een houten ladenkistje. Geen koning, geen burgemeester, noch een generaal of zeeheld. Gewoon Willem van Tongeren.

Op de sokkel lees ik dat hij de laatste marskramer van de Veluwe was, de kissieskeerl. Met zijn kist vol lucifers, zeep, garen en band trok hij jarenlang van dorp naar boerderij.
Ik probeer me voor te stellen hoeveel kilometers hij moet hebben gelopen. In weer en wind. Geen elektrische fiets, geen auto. Alleen een houten kist die met iedere stap een beetje zwaarder zal hebben gevoeld. Zijn standbeeld staat er, zonder op te vallen. Alsof hij ieder moment zijn kistje weer kan oppakken en verder zal lopen.
Opnieuw een standbeeld
Nog geen vijf minuten later stuit ik opnieuw op een standbeeld. Voor Kasteel Cannenburgh kijkt Maarten van Rossum uit over het plein. Niet de altijd in het zwart geklede historicus die we van televisie kennen, maar de zestiende-eeuwse veldheer die het vervallen kasteel liet herbouwen tot het statige gebouw dat hier nog altijd tussen de grachten staat.
Die tegenstelling verzin je niet. Aan de ene kant een krijgsheer, aan de andere kant een marskramer. De een beschikte over landgoederen en soldaten, de ander over een houten kistje met niet veel meer dan garen en band. Maar wel allebei een standbeeld. Net als de man bij de molen. In Vaassen zijn ze allemaal even belangrijk.

Voor het kasteel is ook een markt, maar anders. Toegang zes euro per persoon. Parkeerplaatsen zijn er niet meer. Fietsenstallingen staan vol. Drommen mensen lopen tussen de kramen. Vandaag zit een foto van de voorgevel van het kasteel er niet in.
Toch wil ik Vaassen niet achter me laten zonder het imposante gebouw vast te leggen. Een pad langs de rand van het park biedt uitkomst. Hier geen drukte meer, alleen het geritsel van bladeren, het gekwaak van eenden en het verre geloei van een koe.
Canneburger watermolen
Iets verder langs het pad draait het rad van de Cannenburger watermolen. Niet snel, niet langzaam. Gewoon zoals een waterrad hoort te draaien.
Op de heenweg reed ik ongemerkt voorbij een van de oudste plekken van Vaassen. Dat gebeurt vaker. Je kijkt vooruit, naar de bestemming. Pas op de terugweg zie je wat je hebt gemist, wat er al die tijd gewoon heeft gestaan, zoals die watermolen.

Water spoelt tegen de houten schoepen. Even verdwijnen ze onder het schuim om daarna glanzend weer boven te komen. Af en toe wat gekraak vermengd met spetterend water. Verder is het stil.
Al sinds 1387 maken mensen op deze plek gebruik van de kracht van het water. Nog altijd maalt de molen boekweit, kruiden en specerijen. Binnen kun je niet kijken; de molen is nog steeds in bedrijf. Juist dat maakt hem bijzonder. Dit is geen decorstuk uit een openluchtmuseum, maar een werkend mechaniek dat al eeuwen hetzelfde doet.

Ik blijf kijken. Misschien omdat het ritme van het draaiende rad hetzelfde gevoel oproept als de malende wieken van Daams’ Molen eerder die ochtend. Net als de marskramer die jarenlang zijn rondjes over de Veluwe liep. Alles heeft hier een eigen tempo. Geen behoefte om sneller te gaan dan nodig is.
Kasteel Cannenburgh
Terug op de camping zoek ik op hoe het precies zit met Kasteel Cannenburgh. Binnen vijf minuten weet ik alles. Bouwjaren, bewoners, restauraties en oude kaarten verschijnen op het scherm. Opvallend eigenlijk. Feiten zijn tegenwoordig makkelijker te vinden dan ooit. Toch lijken meningen vaak sneller te zijn.
Kasteel Cannenburgh spiegelt zich in het water van de slotgracht. De wieken van Daams’ Molen draaien. Net als het rad van de watermolen. Alledrie onverstoorbaar. Daartussen die standbeelden. Een krijgsheer, een marskramer en een molenaar. In Vaassen horen ze bij elkaar.
Informatie over Vaassen
- Museum Vaassen – voor historische anekdotes en oude foto’s.
- Daams’ molen – informatie over de molen.
- Topotijdreis – om veranderingen in het landschap te ontdekken.
- Kasteel Cannenburch – voor de geschiedenis van het kasteel en de tuinen.
- VisitVeluwe – voor routes en natuur.
- Historische Kring Ampt Epe – lokale verhalen.


Geef een reactie