Middelburg, stadhuis.

Middelburg, je hoeft niet alles te weten

Een stad die zichzelf heeft nagebouwd

Middelburg, de abdij, gesticht in 1123. Het klooster en de abdijkerk zijn imposant, maar de sfeer zit in de smalle straatjes, de steegjes, de arbeiderswoningen van weleer, de statige herenhuizen die het gevoel geven een paar eeuwen terug in de tijd te gaan. 

In de Oostkerk in Middelburg zijn geen bezoekers. Zodra we binnenstappen vraagt de gids, die zichtbaar blij is dat we binnenstappen: “Weet je hoeveel pijpen er in het orgel zitten? We weten het niet. “Het zijn er 2.448, verdeeld over 37 registers, drie klavieren en pedaal.” Ze wil, dat is duidelijk, nog veel meer kwijt. “De grootste pijp van de Bourdon 16′ is ruim vijf meter lang, de kleinste van het Flageolet 1′ meet een paar centimeter.”

“Het instrument werd in 1782 opgeleverd door de Vlaamse gebroeders De Rijckere en een jaar later alweer ingrijpend verbeterd door Joachim Reichner en de Middelburgse orgelmaker Johannes van Overbeek.” Zij en haar collega hebben zoveel te vertellen, maar wij weten genoeg. Er is nog een stad te zien.

Een dag is niet genoeg

Middelburg in één dag ontdekken is bijna onmogelijk. Elk moment wordt een nieuw detail zichtbaar: een jaartal, een naam of een orgelbouwer die zijn werk nauwelijks had afgeleverd, of er stond iemand op om het beter te doen. Tijd dwingt tot grote lijnen. Dat is geen verlies; het is een keuze. Je kunt niet alles weten en toch genoeg van een stad meekrijgen.

Terug naar de Oostkerk. Niet de enige kerk in Middelburg voor protestanten, maar wel de eerste die ze zelf bouwden. De Nieuwe Kerk en de Koorkerk, allebei onderdeel van het abdijcomplex, werden na het beleg van Middelburg in de zestiende eeuw simpelweg overgenomen. 

De Oostkerk, geopend in 1667, was wél van meet af aan voor de protestantse dienst bedoeld. Een achthoekige koepelkerk, hoogtepunt van de classicistische barokke bouwstijl. De Abdijkerk, verderop, is ook geen kerk meer. Nu is het een ruimte van de universiteit, een bewijs dat een gebouw zijn functie makkelijker verliest dan zijn aanzien.

Middelburg van binnenuit

We wandelen door de stad met iemand die er geboren en getogen is. Hij leidt ons door steegjes en straatjes waar nauwelijks toeristen komen. Kinderkopjes onder de voeten. Plekken waar je als buitenstaander niet zomaar zou komen.

Meteen valt het contrast op. Herenhuizen naast arbeiderswoninkjes. Daartussen de pakhuizen uit de tijd van de VOC, de Verenigde Oostindische Compagnie. Hier moet het een drukte van belang zijn geweest als de schepen na een maandenlange reis afmeerden en werden uitgeladen.

Middelburg kreeg in 1217 stadsrechten en herbergde naast een VOC-kamer eeuwenlang een kamer van de West-Indische Compagnie. Een stad die welvarend werd, ook al hoort daar de rol van de stad in de trans-Atlantische slavenhandel bij.

Sommige details vallen pas op als je ze ziet. Onze gids wijst ons op de groene bakstenen. “Die bevatten ijzer, dat tijdens het bakken een soort glazuur vormt”, legt hij uit. “Kijk, die glimmende steen, dat zie je vaker in de oude muren.” We zien het.

Er valt ons nog iets op. De stilte in de steegjes staat haaks op de drukte op de markt en in de winkelstraat, twee verschillende werelden op minder dan honderd meter afstand van elkaar.

Oorlog en verpauperde straten

Na de oorlog is Middelburg voor een deel herbouwd met het puin van wat er niet meer stond, maar het duurde decennia voordat de welvaart van weleer terugkeerde. 

In de jaren na de bevrijding, tot in de jaren zeventig, verpauperde een deel van die straten; woningen werden onbewoonbaar verklaard. Nu zijn het gewilde adressen met prijzen waar de arbeiders destijds niet eens van durfden dromen. 

Wie kijkt, ziet overal herinneringen aan de oorlog. De capitulatie werd getekend op 15 mei 1940, maar de Duitse bommenwerpers waren al onderweg en konden niet meer worden teruggeroepen. Op 17 mei bombardeerden ze Middelburg; bijna 600 panden gingen verloren. Later werd Walcheren onder water gezet en de bevrijding in 1944 ging gepaard met zware gevechten.

Het stadhuis, verwoest in die oorlog, is nadien in oorspronkelijke staat herbouwd. “Kijkt”, zegt onze gids en hij wijst omhoog, “Als de klok een heel uur slaat, komen ruitertjes en hellebaardiers tevoorschijn”. We zien het.

De meeste panden rond de Markt dateren niet van voor de oorlog, maar van erna, opgetrokken in een traditionalistische stijl die de oude stad moest laten herleven. Middelburg, een stad die zichzelf heeft nagebouwd, zo overtuigend dat je het pas ziet als je het weet.

Verderop passeren de Gistpoort, de graanbeurs aan de Dam, de Lange Jan die boven alles uitsteekt, kloostergangen en een kruidentuin in het abdijcomplex, een poortje aan de Bogardstraat, een houten gevel achter het Hofplein, de Koepoort, de laatste overgebleven stadspoort. Bij de Kuiperspoort staan pakhuizen uit de zestiende eeuw. Terug in de tijd.

Terug naar het orgel

Aan het einde van onze wandeling denken we terug aan de mevrouw in de Oosterkerk die zo graag meer wilde vertellen. Terecht, want het orgel verdient het. “Na de restauratie tussen 1970 en 1974 klinken de 2.448 pijpen weer zoals ze bedoeld waren”, vertelde ze nog. Toen namen we afscheid.

Middelburg, een stad die zichzelf heeft nagebouwd, zo overtuigend dat je het pas ziet als je het weet. Misschien is dat de kern van een plek als Middelburg: door niet alles te hoeven weten, zie je veel.

Middelburg in feiten en cijfers

  • Inwonertal: 50.238 inwoners (1 januari 2026)
  • Stadsrechten: 1217
  • Ontstaan: rond 880 als vluchtburg tegen invallen van de Noormannen
  • Handelsverleden: in de zeventiende eeuw een van de belangrijkste havensteden van de Republiek; de VOC, WIC en Admiraliteit van Zeeland waren er gevestigd.
  • Oorlog: op 17 mei 1940 werd een groot deel van de historische binnenstad door Duitse beschietingen en de daaropvolgende brand verwoest.
  • Wederopbouw: na de oorlog werd de binnenstad grotendeels in traditionalistische stijl herbouwd. In de jaren zeventig volgde een grootschalige restauratie.
  • Rijksmonumenten: meer dan 1.000
  • Bekendste blikvanger: de Abdijtoren, de Lange Jan
  • Oostkerk: geopend in 1667; het De Rijckere-orgel dateert uit 1782
  • Bijzonder: historische gevels naast naoorlogse bebouwing
Gepubliceerd in:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *