Alleen de witte kerk herinnert nog aan een ander Callantsoog. Tenminste, zo voelt het zodra we het dorp binnenrijden. Op het moment dat de camera tevoorschijn komt, parkeert een bestelbus strak voor de gevel. Het lijkt wel alsof het dorp op de valreep probeert te voorkomen dat het verleden wordt vastgelegd. Pas als we het dorp weer verlaten, is het zicht vrij en klikt de virtuele sluiter van de iPhone alsnog.
Op het dorpsplein staat een haringkar zonder haring. Zo’n detail waar onze blik even op blijft hangen. Het houten bord is leeg. Ooit maakte de visboer hier aan de lopende band zijn vis schoon. Deed uitjes bij de haring. Zijn klanten lieten, met het hoofd achterover, de zilte vis naar binnenglijden. Dat was vroeger, maar het blijkt de rode draad van deze middag: wat Callantsoog laat zien, is niet per se het hele verhaal.
Schepjes en emmertjes
Rond het plein zitten de terrassen vol, alle bankjes zijn bezet, de ijssalons draaien overuren en de fietsenstallingen bij de duinopgang puilen uit van de e-bikes en een enkele fiets zonder ondersteuning. Onderweg naar het strand klinkt het bekende vakantiegeluid van de Nederlandse kust: joelende kinderen die voor hun ouders uit de steile duinopgang oprennen, schepjes en emmertjes in de aanslag.

Bovenaan de duinenrij wappert een gele vlag. Voorzichtig zwemmen, luidt het advies. Vrijwel niemand gaat de koude zee in. Ondanks de hitte van de afgelopen weken voelt het water met een graad of twintig fris aan. Boven de branding hangen meeuwen bijna roerloos tegen de stijve bries in.
Aan de horizon staat een rij windmolens. Vroeger eindigde de wereld daar; aan de einder begon het onbekende. Nu draaien er de wieken van een windpark. De horizon is niet verdwenen, wel begrensd door menselijke technologie.
Zand en een verzwolgen eiland
Een lunch in het centrum biedt weinig verrassingen: kibbeling, patat en een bolletje ijs. Veel gekker hoeft het aan zee ook niet te worden. Alleen de rekening trekt de aandacht: 32,50 euro voor een scholfilet met patat en een beetje sla. Parkeren kost daarentegen niets in het gehele dorp. Dat is in moderne kustplaatsen bijna nieuwswaardig.
Wat het meest opvalt, zijn de hoge duinen: een gesloten muur van zand die het dorp van het strand scheidt. De fietsroute erdoorheen is indrukwekkend in omvang en tegelijk monotoon. Zand, helmgras, verwaaide vlierstruiken en opnieuw zand. De zee blijft achter de eerste duinrug verborgen, al reikt het gebulder van de branding tot op het fietspad.
Geschiedenis onder het zand
Misschien ligt voor ons de lat te hoog na de glooiende paden van de Gelderse Veluwe, de vennen van de Brabantse Kampina, of de afwisseling van het Zeeuwse Walcheren, waar achter iedere bocht een dijk, een kreek of een dorp opduikt. Vergeleken daarmee houdt de omgeving van Callantsoog zijn kaarten lang tegen de borst. Je kunt hier naar het noorden of het zuiden fietsen. Daar blijft het bij.
Callantsoog, een badplaats met een bekende naam die we nu voor het eerst in ons leven bezoeken. Onderweg terug naar ons tijdelijke onderkomen op de camping in Juliandorp komt de gedachte op dat één keer misschien wel genoeg is.
Pas ’s avonds blijkt waar dat gereserveerde gevoel vandaan komt: we keken vooral naar het huidige vakantiedorp, terwijl de wezenlijke geschiedenis onder het zand en de golven begraven ligt.
Geschiedenis onder de duinen
De naam Callinge, hetgeen kale duinen betekent, duikt al op in een schenkingsakte uit het jaar 920, waarin graaf Dirk I een deel van zijn bezit aan het klooster van Egmond gaf. Oorspronkelijk lag het dorp niet op het vasteland, maar op het geïsoleerde eiland ’t Oghe.
Door stormen en aanhoudende duinafslag schoof de nederzetting over het landschap, tot storm en zee er in de loop der eeuwen drie keer een geheel nieuwe plek voor afdwongen.

De Allerheiligenvloed van 1570 verzwolg de tweede nederzetting. Wat er nu staat, werd rond 1580 herbouwd, met bakstenen van het verdronken dorp en, in de toren, een luidklok uit 1491. Volgens het gegraveerde randschrift werd deze gegoten door de beroemde klokkengieter Geert van Wou.
Diezelfde klok overleefde in de Tweede Wereldoorlog een barre tocht over het IJsselmeer toen het Duitse schip dat haar afvoerde zonk. Na de bevrijding werd het wrak gelicht en keerde de klok terug naar haar toren. De zeventiende-eeuwse preekstoel in het schip komt niet uit de streek zelf, maar werd later overgebracht uit het Gelderse Nijkerk.
Strijd en stille duinmeren
Eind achttiende eeuw veranderde de kuststreek twaalf weken lang in een slagveld. Op 27 augustus 1799 landde bij Callantsoog en Groote Keeten een Brits invasieleger van twaalfduizend man. Weken later sloot een Russisch legerkorps van zeventienduizend man zich bij de troepenmacht aan. Daarmee was de Brits-Russische invasie van Holland begonnen.
Nog altijd duiken er loden musketkogels, restanten van uniformknoppen en menselijke overblijfselen op in de omringende duinen en polders. De kerk diende de invasiemacht destijds als paardenstal; het houtwerk van de oorspronkelijke preekstoel eindigde in de kampvuren.
Eerste badvereniging

Het hedendaagse toerisme kwam op gang toen in de negentiende eeuw de eerste badgasten de schone zeelucht ontdekten. In 1928 kreeg dat vorm met de oprichting van de eerste officiële badvereniging. In 1973 schreef het dorp opnieuw geschiedenis toen het eerste officiële naaktstrand van Nederland er werd geopend.
Direct achter de laatste dorpsbebouwing ligt Het Zwanenwater: zeshonderd hectare duinmeren, duinheide en vochtige valleien. Het gebied staat sinds 1973 onder beheer van Natuurmonumenten en werd in 2017 tot officieel stiltegebied verklaard. De twee meren gelden als de grootste natuurlijke duinmeren van West-Europa.
Tussen mei en juli bloeien er tien soorten orchideeën, van de paarse rietorchis tot de roomwitte welriekende nachtorchis. Lepelaars en zandhagedissen zijn er vaste bewoners. Een rolstoelvriendelijke gele route van twee kilometer en een bruine lus van ruim vier kilometer doorkruisen het gebied. Aan de overkant van de weg herstelt de Uitlandse Polder zich gestaag richting het polderlandschap van rond 1600.
Verborgen onder het zand
Langzaam vallen de puzzelstukjes van de middag op hun plaats en kijken we anders tegen Callantsoog aan. Die kerk staat er niet zomaar. De hoge duinen liggen er niet toevallig. Zelfs de zeewind lijkt hier geschiedenis met zich mee te dragen.
Hoeveel bezoekers deze verhalen kennen, of willen kennen, is de vraag. De meesten komen voor zon, strand en een ijsje. Daar is niets mis mee. Maar de haringkar zonder haring heeft met dit verleden ineens wél iets te vertellen: een dorp dat al meer dan duizend jaar precies genoeg prijsgeeft om je nieuwsgierig te maken, en de rest zorgvuldig onder het zand houdt.
Callantsoog in feiten en cijfers
- Ligging: kustdorp in de gemeente Schagen (Noord-Holland), direct gelegen achter de smalste duinenrij van Nederland.
- Inwoneraantal: ongeveer 2.300 vaste inwoners.
- Oppervlakte: het grondgebied beslaat ruim 2.600 hectare, inclusief duinen en water.
- Kustlijn: beschikt over een breed zandstrand van circa 3,5 kilometer lang.
- Toerisme: jaarlijks goed voor circa 1,2 miljoen overnachtingen, waarmee toerisme de voornaamste economische motor is.
- Historische primeur: in 1973 werd nabij paal 13 het eerste officiële naaktstrand van Nederland aangewezen.
- Eerste vermelding: de oorspronkelijke nederzetting Kallinge wordt al in de 10e eeuw genoemd; door stormvloeden verschoof het dorp meermalen landinwaarts.
- Natuurreservaat Het Zwanenwater: een beschermd duingebied van 600 hectare met de twee grootste natuurlijke duinmeren van West-Europa.
- Dorpsplein: het karakteristieke Dorpsplein ligt op slechts 100 meter van de opgang naar het strand.
- Pionier in strandpaviljoens: het strand herbergt een van de oudste nog bestaande strandpaviljoentradities van de Nederlandse Noordzeekust.


Geef een reactie