Grootste zeilfestijn op binnenwater in europa
Langzaam maakt de boot zich los van de kade. Vijftig cent kost de overtocht van het centrum van Sneek naar het Starteiland. In de salon vinden we een plaatsje tegenover twee vrouwen uit Utrecht. Op tafel staat een glas Texelse Skuumkoppe.
Nog maar net varen we over de Houkesloot of we raken aan de praat. Over Sneek, over de Sneekweek, over vakantie. Voortdurend verandert het onderwerp; geen moment valt het gesprek stil. Na een paar minuten kan ik de verleiding niet weerstaan en bestel ook ik een versgetapte Skuumkoppe, terwijl de boot gestaag verder vaart.
“Kijk, daar hebben mijn ouders gewoond,” zegt een van de dames, wijzend naar een appartementencomplex aan het water. “Zo’n mooi plekje. Zeker in de zomer, dan raak je hier niet uitgekeken. De hele dag varen er boten voorbij.”
Zo kabbelt ons gesprek voort. Spanje? Ja, dat lijkt de dames ook wel wat. “Misschien voor een paar maanden, maar we vinden het in Nederland ook fijn.” Net als wij. Er lijkt geen einde aan het gesprek te komen, totdat het Starteiland opdoemt.
Muziek, terrassen en kermis
Een week eerder, bij ons vertrek van de camping in Julianadorp, vertelden we de beheerster dat we naar Friesland zouden gaan voor de Sneekweek. Onze dochter en drie kleinkinderen doen mee aan de zeilwedstrijden, voegden we daaraan toe.
Even werd het stil, gevolgd door oprechte verbazing. “Wordt er dan ook zoveel gezeild?” Zij leefde in de veronderstelling dat de Sneekweek niet meer was dan een groot volksfeest.

Begrijpelijk, want wie tijdens de Sneekweek niet verder komt dan de binnenstad van Sneek, hoort overal muziek en ziet overvolle terrassen, overstemd door het loeiende lawaai van kermisattracties.
Maar wie een paar kilometer verder naar het Starteiland in het uitgestrekte Sneekermeer gaat, ontdekt een andere werkelijkheid: klapperende zeilen, gedreven bemanningen en toeschouwers die met een verrekijker de verrichtingen op het water gadeslaan.
Sneekweek, 89 jaar
Dit is de 89e editie van de Sneekweek, maar de wortels van het zeilevenement reiken dieper. In 1814 werd in Sneek voor het eerst een jaarlijkse Hardzeildag gehouden, aangewakkerd door een opmerkelijk bericht: de Sneeker Jacob Sjoukes Visser was uit het Franse leger gedeserteerd en veilig aangekomen in Joure. Snekers besloten hem tegemoet te zeilen. Daarmee was de Hardzeildag geboren.
Ruim een eeuw later, in 1934, bundelden de Koninklijke Zeilvereniging Sneek en de Sneeker Zeilclub (in 1981 gefuseerd tot de Koninklijke Watersportvereniging Sneek) hun wedstrijdseries tot de allereerste officiële Sneekweek, waar 177 schepen aan de start verschenen. Zo werd de basis gelegd voor een evenement dat tot de verbeelding spreekt.

De Hardzeildag vormt nog altijd het kloppend hart van de week, traditioneel op de woensdag. Op die dag lijkt heel Friesland naar het Starteiland te willen. Naast de strijd op het water kreeg de sfeer aan de wal in de loop der decennia een steeds prominentere plek. In 1974 zag de vlootschouw het levenslicht als feestelijke opening, en sindsdien maken kermis, muziek en straattheater het programma compleet. Zeilen bleef het fundament, maar Sneek omarmde de reuring.
Vloot op het Sneekermeer
Op het Starteiland geen kermisattracties en overdag nauwelijks muziek; dat wordt ’s avonds ruimschoots gecompenseerd. Hier draait het om de elementen. Hoewel de eeuwenoude wet van de Sneekweek – ‘Overdag voor de eer, ’s avonds voor de sfeer’ – ook hier opgaat.

Dit jaar staan dertig zeilklassen op het programma, van Optimisten, Lasers en Flitsen tot Regenbogen, Randmeren en G2’s, naast een apart wedstrijdgebied voor windsurfers. Voor jonge zeilers begint het avontuur in een Optimist, een bootje nauwelijks groter dan zijzelf, om met de grotere klassen dezelfde uitdagende wedstrijdbanen te verdelen.
Als wij op het eiland zijn, staat er een stevige wind. Voor de zeilers geen bezwaar, voor de toeschouwers op de wal evenmin. Ruim zevenhonderd boten hellen over, gaan overstag en duiken weg voor de zwiepende giek, waarna het zeil zich binnen enkele seconden weer strak vult met wind.
Drukte tijdens Hardzeildag
Tijdens de Hardzeildag blijven we op de vaste wal. “Op het eiland moet je vandaag niet zijn. Je kunt dan over de koppen lopen”, was ons verteld. Nu we al die mensen zien die nog op een overtocht wachten, kunnen we ons daar iets bij voorstellen. Voor de pont staat een rij van minstens enkele honderden meters. Een extra veerbootje en de bekende Poiesz-boot waar we eerder de Utrechtse dames ontmoetten varen af en aan.

Als we de drukte gadeslaan, raken we aan de praat met een mevrouw die na vele omzwervingen is teruggekeerd naar Sneek, haar geboortestad. “Weet u hoe de eerste wedstrijden begonnen?” vraagt de vrouw die naast ons op het bankje bij de pont zit. “Ze begonnen in Sneek en wie het eerste bij het eiland was, had gewonnen. Dat vertelde mijn vader altijd.”
Of het historisch feitelijk is, kunnen we niet controleren, maar dat maakt de romantiek rond het evenement er niet minder om. Bij het grootste zeilfestijn op het binnenwater van Europa horen dergelijke verhalen.
Terug naar het Starteiland
We blijven nog een poosje aan de oever van het Prinses Margrietkanaal zitten. Met verbazing kijken we naar de pont die volgeladen heen en bijna leeg terugvaart.
Voor ons begon het allemaal met een overtocht van vijftig cent. Misschien raakt dat wel de ware essentie van de Sneekweek: je komt voor de eer of de sfeer en raakt ergens onderweg aan de praat met onbekenden. Laten we die traditie in ere houden.

Met dank aan Thomas Röell voor de foto’s van de Sneekweek.


Geef een reactie