Sloten, Friesland

Fietsen door Gaasterland II

“Zal ik het opschrijven?”

Net buiten Oudemirdum gaat de weg geleidelijk omhoog. Het is nauwelijks merkbaar, maar we moeten zwaarder trappen. Een beetje, maar toch. Dat past niet in het beeld dat we van Friesland hebben. Fryslân is vlak. Dat weten we, maar Gaasterland is anders.

Bij het Oudemirdumer klif stuwt de zuidwestenwind het water tegen de keileemwand. Grauwe golven rollen dicht op elkaar naar de keien op de wal. Hier houdt Friesland niet op bij een met een liniaal getrokken dijk; hier houdt het land zelf het water al eeuwen in bedwang.

Fietsers die, zoals wij, door de polder rijden, zouden al gauw van een berg spreken. Ook al gaat het maar om een paar meter hoogteverschil. Toch is dat genoeg om het beeld dat we van de provincie hebben aan het wankelen te brengen.

Ruggen in het landschap 

In de voorlaatste ijstijd, zo’n 150.000 jaar terug, schoof een laag ijs uit het noorden met een snelheid van enkele meters per jaar over het gebied. De kop van die gletsjertong duwde keileem, veldkeien en leem voor zich uit, tot ruggen ontstonden die nog steeds het landschap vormen.

Toen het ijs smolt en het water van de latere Zuiderzee de kust bewerkte, sloeg de branding de zachte voorkant van het land weg. Wat overbleef, waren de kliffen van Mirns, Oudemirdum en Rijs.

Donkeroranje leem afgewisseld met kiezels die hun herkomst in Scandinavische gebergten hebben. Nadat het laatste gat in de Afsluitdijk in 1932 werd gedicht, werd het water van de voormalige Zuiderzee rustiger. Geleidelijk zakten de oevers schuin weg, gras en helm grepen vast in het zand.

Vanaf hier volgt onze route de contouren van de ‘gaasten’, de zandige heuvels die de streek haar naam gaven, en is de horizon niet de rechte lijn die elders in de provincie de grens vormt tussen het vlakke land en de lucht. De weg daalt en stijgt met korte knikken die in geen ander deel van Fryslân zo voorkomen.

Aristocratisch Rijserbosk

Rondom de akkers liggen houtsingels. Waar de rest van de provincie uit grootschalige verkaveling en verre zichtlijnen bestaat, sluit het landschap zich hier juist op. Eikenhakhout, eendenkooien en meidoornhagen scheiden elk perceel van het volgende.

Even later komen we in de beschutting van het Rysterbosk. In de zeventiende eeuw liet Hiob de Wildt, secretaris van de Amsterdamse Admiraliteit, dit parkbos aanleggen op gronden die hij overnam van de Friese aristocratie. Het bos diende deels voor het hakhout en de eikenschors die de looierijen nodig hadden, deels als statussymbool voor wie het zich kon veroorloven grond niet voor voedsel te gebruiken.

Vredestempeltje in Rijs

De Murnserleane vormt een soort centrale as. Hoge beuken staan hier in een dubbele rij langs het fietspad. Hun kruinen schermen het zonlicht hoog boven de weg af. Tussen de stammen verandert het geraas van de wind die over het open water waait in een duf gemurmel.

Aan de voet van de bomen groeien varens op de keileemlaag, vogels scharrelen in de dode takken van het eikenhout. Vlak voor het dorp Rijs rijden we langs het Vredestempeltje, een neoclassicistisch monument op een verhoging tussen de bomen. Waar de bosrand ophoudt, keert het zicht op de polder terug, als een landschap dat zich weer opent om daarna opnieuw te verrassen.

Bolwerken in Sloten

Die verrassing wacht bij Sloten. Via de IJsselmeerdijk en de kronkelende vaarten buigt de route af naar het noordoosten, naar het pittoreske vestingstadje dat met zijn circa zevenhonderd inwoners onbetwist de kleinste van de elf Friese steden is.

Binnen de wallen is de structuur van een zeventiende-eeuwse vestingstad volledig bewaard. Vestingbouwer Menno van Coehoorn, die in het naburige Wijckel zijn landgoed Meerenstein bewoonde en er begraven ligt, ontwierp de verdedigingswerken.

Vroeger sloten die bolwerken, samen met de omringende gracht en de twee waterpoorten, de vaarroute tussen de voormalige Zuiderzee en het Friese merengebied hermetisch af.

Scherpe grens tussen stad en land

Twee houten ophaalbruggen verbinden de kades. Op het bolwerk staat korenmolen De Kaai uit 1755. Aan de overkant van het water werpen linden hun schaduw over de smalle gevels van de koopmanshuizen. Sloten is klein, de afstand van de ene stads- of waterpoort naar de andere bedraagt nog geen tweehonderd meter.

Vanaf de bastions is te zien hoe scherp de grens tussen stad en land hier nog altijd is. Geen nieuwbouwwijk. Geen industrieterrein. De oude muur grenst direct aan weilanden waar de koeien tot aan de gracht staan.

Protest in Sloten, windturbines in Lemmer

Net buiten Sloten, bij de jachthaven, wappert een omgekeerde Nederlandse vlag. Blauw, wit, rood. Dat beeld schuurt. Het teken van protest en glimmende zeiljachten en motorboten, vreemd op een plek waar geen boerenbedrijf te bekennen valt.

Verderop, richting Lemmer, tekent een rij windturbines een strakke lijn aan de horizon. Wieken maaien door de lucht. Waar de poldermolens verdwenen zijn, domineert nu het moderne energielandschap het uitzicht.

Rustig ritme in Oudemirdum

In Oudemirdum stoppen we bij de dorpsbakker. Klanten wachten geduldig op hun beurt. Wij vinden een plek op het terras, in de schaduw van de bomen. Een jong stel stapt naar buiten met een volle tas. Het winkelmeisje loopt er haastig achteraan.

“Zijn jullie niet vergeten af te rekenen?”

Ze draaien zich om, lachen. “Oh ja, sorry.”

“Zal ik het opschrijven?”

“Ja, doe maar. Komen we morgen wel betalen.”

Direct dient zich het contrast aan als een echtpaar de zaak binnenstapt. Aan hun accent te horen komen ze uit de Randstad. Hoewel ze vast alle tijd van de wereld hebben, kijken ze strak naar de korte rij voor de toonbank, zuchten hoorbaar en keren op hun schreden terug.

“Veel te druk, hier ga ik echt niet op wachten,” klinkt het beslist als ze weer naar hun fietsen lopen. Sommige vakantiegangers hebben moeite zich aan te passen aan het ritme van het Friese dorpsleven.

Keien als fundament

Terug naar het kliffenlandschap; over de Mirnser Heide, waar zwerfstenen in de bermen liggen, ooit opgevist uit de landbouwgrond of losgeslagen uit de IJsselmeerkust. Boeren gebruikten ze eeuwenlang als erfafscheiding of fundament voor hun schuren.

Hier, waar de keileemwal tot aan het zand reikt, ligt het antwoord op wat de weg bij Oudemirdum al liet voelen. Het landschap beweegt niet meer. Het ligt vast in de vorm die het ijs er ooit in drukte. Nog altijd past het niet in het beeld dat we van het vlakke en kale Friesland hadden. Nu weten we beter.. 

Praktische informatie

  • Bereikbaarheid en route
    • Gaasterland ligt in de zuidwesthoek van Fryslân en is bereikbaar via de N359. De fietstocht volgt het knooppuntennetwerk tussen Oudemirdum, Rijs, Bakhuizen, Sloten en Balk. De totale lengte van deze ronde bedraagt circa 42 kilometer.
  • Bezoekerscentra en erfgoed
    • Bezoekerscentrum Mar en Klif: De Brink 4, 8567 JD Oudemirdum. Informatie over geologie, de ijstijd en de natuurgebieden in Gaasterland.
    • Ir. D.F. Woudagemaal: Gemaalweg 1, Lemmer. Het oudste nog werkende stoomgemaal ter wereld (Unesco Werelderfgoed).
    • Museum Sloten: Heerenwal 48, 8556 AC Sloten. Gevestigd in het oude stadhuis (museumsloten.nl).
  • Landschapsbeheer
    • Het Rysterbosk, het Oudemirdumer klif en de omliggende natuurgebieden worden beheerd door It Fryske Gea.

Route en afstanden

  • Harich
  • Rijsterbosch (8 km)
  • Balk (7 km)
  • Sondel (5 km)
  • Wijckel (3 km)
  • Sloten (5 km)
  • Nijemirdum (8 km)
  • Oudemirdum (4 km)
  • Rijs (4 km)
  • Harich (6 km)

Totaal: circa 50 km

NOMAS op reis

NOMAS nieuwsflits

Ja, ik wil op de hoogte blijven van jullie belevenissen


Gepubliceerd in:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *